home page
News
Biography
Novels
Other Novels
Interviews
Interviews
Photo Gallery
UCT
LitNet
LitNet Akademies
Contact

— interviews —

Interview, de Volkskrant, Amsterdams (Fred de Vries / Etienne van Heerden):
Met behoedsame kamera-oŽ (25 november 2005)

Fred de Vries


Etienne van Heerden

Op zijn succesvolle literaire website LitNet organiseert de Zuid-Afrikaanse schrijver Etienne van Heerden een serie kettinginterviews met collega's die draaien om taal, roem en ras. 'Iets minder dan de helft van de interviews doorbrak de kleurgrens. We hadden op meer gehoopt.' Door Fred de Vries.

'The Empire writes back', luidde de kop van het omslagverhaal dat Pico Iyer in 1993 voor Time Magazine schreef. Iyer refereerde aan de literaire opmars van 'andere' Britse schrijvers als Salman Rushdie, Ben Okri en Vikram Seth. Ook in Zuid-Afrika werden de woorden van Iyer met instemming begroet. Natuurlijk, Coetzee en Gordimer waren al beroemde namen. Maar er dienden zich nieuwe helden aan, romanciers als Ivan Vladislavic, Marlene van Niekerk, Zakes Mda en Etienne van Heerden, die enkele jaren eerder het tien keer vertaalde Toorberg had gepubliceerd.

Gordimer verkeert nu in de herfst van haar carrière en Coetzee verkiest het saaie Australië boven Zuid-Afrika. Dat maakt Van Heerden (1954) met zijn imposante en veelzijdige oeuvre tot kroonprins.

De bijna-koning woont en werkt in de Kaapprovincie. Daar, in het zuidelijke puntje van Afrika, leest hij achter zijn computer de uit Johannesburg verstuurde vraag of hij zich aangesproken voelt door die beroemde uitspraak van Iyer uit Time Magazine.

(Hij dirigeert zijn vingers over het toetsenbord:) 'Ik verkies de noemer Writing Back boven The Empire Writes Back, wat vooral verwijst naar de postkoloniale schrijver die terugschrijft naar de metropool. Writing back betekent dat je in alle opzichten terugschrijft, naar jezelf, naar je genre, naar je traditie, naar je eigen oeuvre, naar je eigen verouderde opinies, naar je tijdgenoten, naar de wereld om je heen, naar de geschiedenis. Iedere schrijver die dat doet, interesseert mij.'

Terugschrijven - een begrip tussen terugvechten, antwoorden en voortborduren - is iets wat Van Heerden zijn hele schrijversleven heeft gedaan, steeds een stukje verder, steeds gewaagder, complexer. Zijn recente roman, het ambitieuze In stede van die liefde (2005), gaat verder waar Het zwijgen van Mario Salviati (2000) ophield.

'In hierdie land is ons gedoem om soos toeriste te lewe. Ons toer deur mekaar se ruimtes met behoedsame kamera-oë as verweer', waarschuwt de flaptekst. Van Heerden verbindt de traditionele Karoo met de wereld van kunst, internet, Kaapse gangsters, Nigeriaanse drugsdealers, Johannesburgse yuppies, seks in Finland, Swazi prostituees en hectische metropolen. Als gezien door een kapotte autoruit verschijnt in de loop van de ruim 500 pagina's het gebarsten post-Mandela Zuid-Afrika. Heeft hij de Grote Zuid-Afrikaanse roman geschreven?

(Hoe reageert hij bij het lezen van die vraag? Trekt hij zijn wenkbrauwen op? Glimlacht hij? Vanaf het beeldscherm valt geen gezichtsuitdrukking te lezen.) 'Ik tracht greep te krijgen op de tijdgeest', begint het digitaal verstuurde antwoord, 'om een land van geweldige breedte en complexe structuren vast te leggen. De uitdaging van de roman was om de textuur van de Zuid-Afrikaanse binnensteden uit te beelden, in samenhang met de meer mythologische streken van het platteland: met name de Karoo. Ik probeer bewust het cliché van de Grote Zuid-Afrikaanse roman te vermijden. Ik begin gewoon een verhaal, karakters stappen binnen, en krijgen een eigen leven. Ik moet een structuur geven aan de warboel die het leven is.'

Een interview per e-mail heeft zijn voor- en nadelen. Voordeel is dat de antwoorden keurig geformuleerd zijn en nauwelijks geredigeerd behoeven te worden. Maar het debat, de interrupties, de grappen, de irritaties, de notities over neuspulken en rare truien, dat alles ontbreekt. Die beperking wordt wel enigszins gecompenseerd doordat ik Van Heerden een paar jaar geleden in levenden lijve sprak in een Italiaans restaurant in Kaapstad. In een grote kanariegele lederen fauteuil zat een levensgenieter en intellectueel, gezegend met een onstuimige energie, die hem in staat stelt een familieleven te combineren met zijn werk als schrijver, docent aan Universiteit van Kaapstad en oprichter/redacteur van de literaire website LitNet, een forum voor discussies, interviews, gedichten, essays, tirades en besprekingen.

Een van de redenen om de voorkeur te geven aan een elektronisch onderhoud, was de kans een LitNet-principe in praktijk te brengen: het literaire gesprek per e-mail. Een fascinerend onderdeel van LitNet is het schrijvers-kettinginterview. Schrijver A interviewt B, schrijver B kiest C, et cetera. Allemaal per e-mail. Inmiddels zijn 29 Zuid-Afrikaanse auteurs aan bod gekomen, onder wie Athol Fugard, Kole Omotosho, Deon Meyer, Zakes Mda, Ivan Vladislavic, Marlene van Niekerk en Jo-Anne Richards. Opvallend is het ontbreken van de beroemde vier: Gordimer, Coetzee, Brink en Krog. Wilden ze niet? Voelen ze zich te goed? 'Brink en Krog hebben al ingestemd mee te doen', zegt Van Heerden, beleefd zwijgend over de houding van De Grote Twee.

Het kettinginterview is uitgegroeid tot een literair experiment rond roem, ijdelheid, ras, taal en geslacht. De antwoorden doen er haast minder toe dan wie wie kiest en waarom. Van Heerden: 'Iets minder dan de helft van de 29 interviews doorbrak de taal- of kleurgrens. We hadden op meer gehoopt. Dertien van de schrijvers waren Afrikaans, zestien Engelstalig. Vier zwarte schrijvers. Geen enkele schrijver of dichter die in Xhosa, Zulu, Sotho et cetera werkt is tot dusverre gevraagd.'

Hij is vooral teleurgesteld dat de auteurs bij hun keuze van respondent veelal in hun eigen wereldje rondploegden. 'Taal-, leeftijds-, geslachts- en kleurgrenzen leven nog sterk in Zuid-Afrika. Schrijvers zijn cultureel huiverig voor elkaar.'

Waar Coetzee in zijn recent verschenen boek Langzame Man duidelijk maakte weinig voeling te hebben met de digitale wereld, is Van Heerden er als schrijver en academicus gretig in gedoken. Op diverse manieren keert het wereldwijde web terug in In stede van die liefde. Het duidelijkst blijkt dat uit de keuze van de hoofdpersoon, Christian (net als Van Heerden een vijftiger met een gecompliceerde hartoperatie achter de rug), die een internetsite voor Afrikaanse kunst beheert. Maar ook qua stijl en thematiek klinkt de virtuele wereld door. Het verhaal schiet heen en weer als een cursor over een webpagina. Grenzen vervagen, mensen leiden dubbele levens, hebben lukrake ontmoetingen, komen met verrassende ontboezemingen en nemen deel aan het leven zonder er werkelijk deel aan te nemen. Hoe ziet Van Heerdens de invloed van het internet op de literatuur?

(Hij trekt gepijnigd met zijn mond. Hoe sublimeert hij zijn theorieën over het internet tot een enkele paragraaf? Hij schrijft, delete, schrijft, delete, schrijft ...) 'Met zijn neiging privézaken openbaar te maken en zijn hang naar ongebreideldheid - zie de blogs - heeft het web grote invloed op hoe mensen zichzelf uitdrukken en uitleven. Zaken die voorheen tot het domein van de literatuur behoorden zijn nu alledaags en als elektronische tekst beschikbaar: de biecht, het duistere, het intieme.'

Met In stede van die liefde heeft Van Heerden zich, net als Ivan Vladislavic met The Exploding View en Sello Duiker met Het stille geweld van dromen, ontworsteld aan de beknellingen van de apartheidsthematiek. Het verwarde, versplinterde, verzoenende, vermoordende Zuid-Afrika biedt een ongekend scala aan literaire mogelijkheden, die veel verder reiken dan de nostalgische Bildungsromans of aanmechtige raciale verzoeningspogingen.

In vele opzichten is het land een microkosmos van de wereld, met zijn ogenschijnlijk onoverbrugbare economische en raciale tegenstellingen en de daaraan verwante sociale en criminele problematiek. Maar tegelijkertijd beschikt Zuid-Afrika over een soms angstwekkende energie en weerbaarheid, die honderdduizenden blanken heeft verjaagd en miljoenen Afrikanen naar het land heeft gelokt. Het is een dagelijks verschuivende caleidoscoop, waarbinnen de rol van de schrijver belangrijker en interessanter maar ook zwaarder en lastiger is dan in het Westen.

(Hij denkt na. Zoekt naar de juiste beeldspraak. Ja, het is die hangbrug tussen twee steile oevers). 'De ene oever is de wens om goed te schrijven, de esthetische eye-opener. Een tekst moet op een nieuwe, unieke manier omgaan met de strategieën van zijn genre en met zichzelf. En dan is er die andere oever. Boeken kunnen niet los van hun samenleving worden geschreven. Daarom is literatuur meer dan het streven om in esthetische zin te behagen. Het is een neerslag van de tijd, een document. Dat is een moeilijke opdracht. Beneden gaapt de afgrond.'

Van Heerden beschikt over de literaire gave die hem een plaats geeft in de loge waar ook Salman Rushdie, Zadie Smith en Ben Okri verkeren. Hij laat zich willig meeslepen door de postmoderne veranderingen, maar verliest nooit zijn herkomst uit het oog: hij blijft altijd verbonden met de bodem, die dorre grond van de Karoo, waar Van Heerden tot zijn veertiende opgroeide. Een ketting ook die vastzit aan de Zuid-Afrikaanse ziel - en daarmee aan de zwarte bladzijden uit de geschiedenis.

(Hij strijkt met zijn hand langs zijn baard. Hij moet antwoorden op de vraag hoe zijn nieuwe boek in zijn oeuvre past. En waar ligt de nadruk: op het oeuvre, of op het boek zelf? Weer die worsteling om alles in een paragraaf samen te vatten. Soms haat hij e-mail-interviews).

'Ik schrijf natuurlijk in de eerste plaats een nieuw boek. Maar in het proces verlies ik mijn oeuvre niet uit het oog. Dat maakt deel uit van het terugschrijfproces. Mijn oeuvre heeft zich ontwikkeld sinds mijn debuut Matoli, een jeugdboek over de rassenproblematiek. Het was het verhaal van de zwarte jongen Matoli die het geweer steelt van een boerenzoon, waarna de machtsverhoudingen op een boerderij in de Karoo totaal veranderen. Dit boek bepaalde het stramien van mijn latere werk: de betrokkenheid bij machtsverhoudingen, de bewustheid van het verleden, de thema's van schuld en belijdenis.'

— Interviews —

© 2010 Etienne van Heerden | Contact: etienne@etiennevanheerden.co.za